- WELKOM !!!!
- Foto Album
- WINTER TIP:
- Algemeen
- Roofvissen
- Karpervissen
- Zeevissen
- Witvissen
- BledKnoop
- De BLOEDKNOOP
Zoeken op de site:
» Ed's VisTip: Zeevissen
Zeebaars met zagers
De zeebaars is een van de grootste rovers van ons kustwater. Ze jagen op andere vissen, maar eten ook graag krabben en wormen. Vooral zagers, die bijtende zeeduizendpoten, vinden ze lekker. Die moet je nu eens niet aan een onderlijn met drie haken en een zwaar werplood, maar voor de afwisseling onder een flinke dobber hangen.
Pak je karperhengel of lange stevige spinhengel en een stevige molen met daarop een sterke lijn (25/00 tot 30/00 is echt niet overdreven dik). Schuif op de lijn een flinke snoekdobber, knoop onderaan een stevige karperhaak nr. 4 en knijp ongeveer 80 cm boven de haak een paar forse loodhagels op de lijn. Neem een (kweek)zager van een centimeter of 10, twee mag ook, en prik die alleen met de kop op de haak. De rest van de zager blijft dan mooi bewegen onder water. De dobber kun je een stukje boven het lood zetten, maar soms is het nodig hem wel meer dan een meter omhoog te schuiven zodat je met je aas ruim twee meter diep vist.
Goede stekken voor zeebaars zijn plekken waar stroming staat en obstakels liggen. Daar jaagt hij tussen de rotsblokken op prooivis die door de stroming in de problemen is geraakt. Houd dus goed in de gaten wanneer het opkomend en afgaand tij is. Bij veel hengelsportzaken langs of in de buurt van de kust zijn getijdenboekjes verkrijgbaar waar in staat hoe laat het eb en vloed wordt - altijd handig om erbij te hebben. Pieren, strekdammen, havenhoofden en zoute kanalen zoals die in de Europoort zijn hotspots voor de zeebaars. Vis hooguit een paar meter van de stenen, stel de slip van je molen pico bello in en houd je schepnet gereed!
Drijfkralen
Wat zijn dat nu weer, hoor ik jullie denken. Drijfkralen zijn, zoals de naam al zegt, gemaakt van materiaal dat drijft zoals kurk en styropor. Ze worden voornamelijk gebruikt bij het zeevissen. Op een onderlijn (Paternoster) met bezem-afhouders zitten ze gemonteerd op het haaklijntje tussen de afhouder en de haak. De kraal zorgt er namelijk voor dat je aas een stukje boven de bodem zweeft en af en toe flink beweegt in de stroming. Om de kralen extra aantrekkelijke te maken, hebben ze vaak een felle kleur die de interesse van vissen wekt.
Vooral rovers als botten vang je prima met behulp van zo’n kraal, maar ook de zeebaars is een fervente kralenjager. Bij het bootvissen op de Grevelingen zijn drijfkralen eveneens een prima hulpmiddel om betere platvis- en wijtingvangsten te boeken. De kralen zijn te koop in de in zeevissen gespecialiseerde hengelsportwinkels.
Zeepieren inzouten.
Zeeaas als pieren en zagers zijn duur en in tegenstelling tot aardwormen maar beperkt houdbaar. Binnen enkele dagen gaan zeepieren al dood en na een dag of vijf beginnen ook zagers onaangenaam te geuren. Heb je na een dag zeevissen pieren over, of heb je een portie van iemand gekregen dan kun je die inzouten. Gezouten zeepieren blijven namelijk wekenlang goed en je vangt er dikwijls prima aan. Vooral schar is er gek op. Je legt een flinke laag uitgevouwen kranten op elkaar en verdeeld daarop de overgebleven zeepieren. Vervolgens strooi je een laagje keukenzout over de pieren. Het vocht dat uit de pieren komt, trekt in het krantenpapier.
Na een uur of drie verpak je de ingezouten zeewormen samen met een paar handen zout in een stuk keukenrol. Dat pakketje gaat weer in een plasticzakje en zo in de koelkast. Je hebt nu altijd zeeaas in voorraad.
Dichtbij zwemt ook vis.
Zeevissers willen natuurlijk altijd maar wat graag voorbij de horizon werpen. Op zich prima, want ver weg en in diep(er) water zwemt meestal vis. Daardoor wordt alleen wel eens vergeten dat dichtbij soms nog meer is te vangen. Bijvoorbeeld met vloed langs zo’n golfbreker. Daar liggen soms behoorlijk diepe gaten en kuilen (muien) waarin zich vis ophoudt. Probeer ook zeker daarin te vissen. Je herkent zulke plekken omdat het water er vaak wat rustiger is dan in de branding. Gebruik dus je verstand en werp vooral niet over de vis heen!
Niet zonder aasnaald.
Zonder aasnaald in mijn zeeviskoffer ga ik niet zeevissen. Een aasnaald, of pierenrijgnaald, is namelijk zo verrekte handig bij het aan de haak rijgen van je aas. Probeer maar eens een zeepier met je handen op een platvishaakje te proppen; dat wordt een vieze kliederboel. De kleverige jodiumhoudende sappen uit de pier lopen over je handen en de zeepier zit vaak zo slecht op de haak dat hij er bij een stevige worp direct weer af vliegt. Met een aasnaald heb je dit geklieder niet.
Rijg de pier voorzichtig, zodat je hem niet lek prikt, als eerste met zijn staart op de naald. Daarna prik je de punt van je haak in het gaatje van de naald. Hierbij houd je de lijn strak naast de naald en schuif je de pier vanaf de naald zo over de haak. Je mag hem zelfs een eindje op de lijn boven de haak doorschuiven. Het is namelijk echt niet nodig om de hele haak in de pier te verstoppen. Zeevissen hebben die haakpunt toch niet in de gaten, dus doorrijgen die hap! Het aas blijft op deze manier stevig op de haak zitten zodat je je niet hoeft in het houden bij het werpen.
Kweekzagertjes voor geep
De geep is een typische zomervis die je tot zeker half september nog kunt vangen. Het mooie is dat je dit prima met een werphengel voor het binnenwater en een speciale geepdobber kunt doen. Onder die dobber komt een wapperlijn van een meter te hangen en aan de haak doe je een reepje gerookte zalm of spek of natuurlijk een reepje vis - bijvoorbeeld uit de buik van een makreel of… van een andere geep.
In Zeeland doet deze prachtige springvis met snavel het echter ook goed op een kweekzagertje. Niet zo’n grote joekel die zo dik is als je vinger, maar een mooi klein zagertje van 8 tot 10 cm. Die zijn tegenwoordig in elke hengelsportwinkel langs de kust te koop. Neem een dunne haak met lange steel (aberdeen no.8) en rijg de zager alleen met de kop op het haakje. De rest hangt vrij en kan mooi in het water bewegen.
Werp vervolgens zo ver mogelijk in en rem vlak voordat de dobber het water raakt de lijn af. Op deze manier raken hoofdlijn en onderlijn niet in elkaar verward. Draai hierna de dobber langzaam en met tussenpozen binnen. Voel je ineens een ruk van een geep, stop dan even met draaien en wacht tot de vis begint te springen. Dan weet je zeker dat de vis de haak goed in zijn bek heeft zitten.
Zoute buikjes
Nu er weer regelmatig grote scholen makreel voor onze kust zwemmen, heb ik de volgende tip voor je: neem een lege jam-, pindakaas- of chocopastapot mee en vul die voor een derde met droog keukenzout. Heb je een paar verse (dode) makrelen, snij of knip daar dan de vette glimmende buiken vanaf, spoel deze af met zeewater en stop ze in die pot met zout. Zit de pot mooi vol, schud dan alles goed door elkaar, zodat het zout mooi over de buikjes verdeeld zit.
Je hebt nu prima ingezouten aas voor geep, fint en… makreel. Want juist makreel bijt maar wat graag in de buik van een soortgenoot; misschien wel zijn broertje. Heb je aan deze zoute buikjes eenmaal een paar vissen gevangen, dan heb je weer voldoende vers aas voor aan je makreelpaternoster of onder je geepdobber. De pot met zoute buikjes kun je dan weer in je tas stoppen. Ga je langere tijd niet vissen, zet de pot dan voor de zekerheid in de koelkast zodat je aasvoorraad vers blijft.
Kan het wat harder?!
Harders zijn typische zoute zomervissen. Je ziet ze in dit jaargetijde in vrijwel alle ‘zoute’ (jacht)havens. Daar komen ze naar toe om algen van stenen en scheepswanden te grazen. Nu zijn zachte algen en wieren zijn niet echt geschikt als aas, maar gelukkig kun je harders ook aan brood vangen. Heel simpel en erg leuk om te doen!
Neem een (lichte) karperhengel, 20/00 tot 25/00 nylon, een klein karperpennetje of vlokdobbertje en zet het lood op circa 40 centimeter van de haak. Een flinke haak wel te verstaan: een klauwhaak nummer 8 of 10 kan gerust. Deze leg je plat op een grote broodvlok en daarover trek je een baitband. Dit is een soort mini-elastiekje dat ook bij het karpervissen wordt gebruikt. Door het elastiekje zit de haak nu vast aan de buitenkant van de broodvlok, zo mis je minder beten dan wanneer je de haak in de broodvlok verstopt.
Omdat de harder op zoek naar voedsel de walkant afgraast, hoef je niet diep te vissen: één tot anderhalve meter diep is meestal voldoende. Na het inwerpen van je dobber, gooi je daar vlakbij meteen een balletje lokvoer. Dit kan gewoon natgemaakt brood of broodmeel vermengd met wat vismeel zijn. Daar zijn harders gek op. Gooi regelmatig wat balletjes voer bij de dobber en je vangt op zeker. Wel de slip van je molen goed afstellen en vooral je schepnet niet vergeten. Want harders zijn groot, beresterk en superwild!
[ terug... ]
De zeebaars is een van de grootste rovers van ons kustwater. Ze jagen op andere vissen, maar eten ook graag krabben en wormen. Vooral zagers, die bijtende zeeduizendpoten, vinden ze lekker. Die moet je nu eens niet aan een onderlijn met drie haken en een zwaar werplood, maar voor de afwisseling onder een flinke dobber hangen.
Pak je karperhengel of lange stevige spinhengel en een stevige molen met daarop een sterke lijn (25/00 tot 30/00 is echt niet overdreven dik). Schuif op de lijn een flinke snoekdobber, knoop onderaan een stevige karperhaak nr. 4 en knijp ongeveer 80 cm boven de haak een paar forse loodhagels op de lijn. Neem een (kweek)zager van een centimeter of 10, twee mag ook, en prik die alleen met de kop op de haak. De rest van de zager blijft dan mooi bewegen onder water. De dobber kun je een stukje boven het lood zetten, maar soms is het nodig hem wel meer dan een meter omhoog te schuiven zodat je met je aas ruim twee meter diep vist.
Goede stekken voor zeebaars zijn plekken waar stroming staat en obstakels liggen. Daar jaagt hij tussen de rotsblokken op prooivis die door de stroming in de problemen is geraakt. Houd dus goed in de gaten wanneer het opkomend en afgaand tij is. Bij veel hengelsportzaken langs of in de buurt van de kust zijn getijdenboekjes verkrijgbaar waar in staat hoe laat het eb en vloed wordt - altijd handig om erbij te hebben. Pieren, strekdammen, havenhoofden en zoute kanalen zoals die in de Europoort zijn hotspots voor de zeebaars. Vis hooguit een paar meter van de stenen, stel de slip van je molen pico bello in en houd je schepnet gereed!
Drijfkralen
Wat zijn dat nu weer, hoor ik jullie denken. Drijfkralen zijn, zoals de naam al zegt, gemaakt van materiaal dat drijft zoals kurk en styropor. Ze worden voornamelijk gebruikt bij het zeevissen. Op een onderlijn (Paternoster) met bezem-afhouders zitten ze gemonteerd op het haaklijntje tussen de afhouder en de haak. De kraal zorgt er namelijk voor dat je aas een stukje boven de bodem zweeft en af en toe flink beweegt in de stroming. Om de kralen extra aantrekkelijke te maken, hebben ze vaak een felle kleur die de interesse van vissen wekt.
Vooral rovers als botten vang je prima met behulp van zo’n kraal, maar ook de zeebaars is een fervente kralenjager. Bij het bootvissen op de Grevelingen zijn drijfkralen eveneens een prima hulpmiddel om betere platvis- en wijtingvangsten te boeken. De kralen zijn te koop in de in zeevissen gespecialiseerde hengelsportwinkels.
Zeepieren inzouten.
Zeeaas als pieren en zagers zijn duur en in tegenstelling tot aardwormen maar beperkt houdbaar. Binnen enkele dagen gaan zeepieren al dood en na een dag of vijf beginnen ook zagers onaangenaam te geuren. Heb je na een dag zeevissen pieren over, of heb je een portie van iemand gekregen dan kun je die inzouten. Gezouten zeepieren blijven namelijk wekenlang goed en je vangt er dikwijls prima aan. Vooral schar is er gek op. Je legt een flinke laag uitgevouwen kranten op elkaar en verdeeld daarop de overgebleven zeepieren. Vervolgens strooi je een laagje keukenzout over de pieren. Het vocht dat uit de pieren komt, trekt in het krantenpapier.
Na een uur of drie verpak je de ingezouten zeewormen samen met een paar handen zout in een stuk keukenrol. Dat pakketje gaat weer in een plasticzakje en zo in de koelkast. Je hebt nu altijd zeeaas in voorraad.
Dichtbij zwemt ook vis.
Zeevissers willen natuurlijk altijd maar wat graag voorbij de horizon werpen. Op zich prima, want ver weg en in diep(er) water zwemt meestal vis. Daardoor wordt alleen wel eens vergeten dat dichtbij soms nog meer is te vangen. Bijvoorbeeld met vloed langs zo’n golfbreker. Daar liggen soms behoorlijk diepe gaten en kuilen (muien) waarin zich vis ophoudt. Probeer ook zeker daarin te vissen. Je herkent zulke plekken omdat het water er vaak wat rustiger is dan in de branding. Gebruik dus je verstand en werp vooral niet over de vis heen!
Niet zonder aasnaald.
Zonder aasnaald in mijn zeeviskoffer ga ik niet zeevissen. Een aasnaald, of pierenrijgnaald, is namelijk zo verrekte handig bij het aan de haak rijgen van je aas. Probeer maar eens een zeepier met je handen op een platvishaakje te proppen; dat wordt een vieze kliederboel. De kleverige jodiumhoudende sappen uit de pier lopen over je handen en de zeepier zit vaak zo slecht op de haak dat hij er bij een stevige worp direct weer af vliegt. Met een aasnaald heb je dit geklieder niet.
Rijg de pier voorzichtig, zodat je hem niet lek prikt, als eerste met zijn staart op de naald. Daarna prik je de punt van je haak in het gaatje van de naald. Hierbij houd je de lijn strak naast de naald en schuif je de pier vanaf de naald zo over de haak. Je mag hem zelfs een eindje op de lijn boven de haak doorschuiven. Het is namelijk echt niet nodig om de hele haak in de pier te verstoppen. Zeevissen hebben die haakpunt toch niet in de gaten, dus doorrijgen die hap! Het aas blijft op deze manier stevig op de haak zitten zodat je je niet hoeft in het houden bij het werpen.
Kweekzagertjes voor geep
De geep is een typische zomervis die je tot zeker half september nog kunt vangen. Het mooie is dat je dit prima met een werphengel voor het binnenwater en een speciale geepdobber kunt doen. Onder die dobber komt een wapperlijn van een meter te hangen en aan de haak doe je een reepje gerookte zalm of spek of natuurlijk een reepje vis - bijvoorbeeld uit de buik van een makreel of… van een andere geep.
In Zeeland doet deze prachtige springvis met snavel het echter ook goed op een kweekzagertje. Niet zo’n grote joekel die zo dik is als je vinger, maar een mooi klein zagertje van 8 tot 10 cm. Die zijn tegenwoordig in elke hengelsportwinkel langs de kust te koop. Neem een dunne haak met lange steel (aberdeen no.8) en rijg de zager alleen met de kop op het haakje. De rest hangt vrij en kan mooi in het water bewegen.
Werp vervolgens zo ver mogelijk in en rem vlak voordat de dobber het water raakt de lijn af. Op deze manier raken hoofdlijn en onderlijn niet in elkaar verward. Draai hierna de dobber langzaam en met tussenpozen binnen. Voel je ineens een ruk van een geep, stop dan even met draaien en wacht tot de vis begint te springen. Dan weet je zeker dat de vis de haak goed in zijn bek heeft zitten.
Zoute buikjes
Nu er weer regelmatig grote scholen makreel voor onze kust zwemmen, heb ik de volgende tip voor je: neem een lege jam-, pindakaas- of chocopastapot mee en vul die voor een derde met droog keukenzout. Heb je een paar verse (dode) makrelen, snij of knip daar dan de vette glimmende buiken vanaf, spoel deze af met zeewater en stop ze in die pot met zout. Zit de pot mooi vol, schud dan alles goed door elkaar, zodat het zout mooi over de buikjes verdeeld zit.
Je hebt nu prima ingezouten aas voor geep, fint en… makreel. Want juist makreel bijt maar wat graag in de buik van een soortgenoot; misschien wel zijn broertje. Heb je aan deze zoute buikjes eenmaal een paar vissen gevangen, dan heb je weer voldoende vers aas voor aan je makreelpaternoster of onder je geepdobber. De pot met zoute buikjes kun je dan weer in je tas stoppen. Ga je langere tijd niet vissen, zet de pot dan voor de zekerheid in de koelkast zodat je aasvoorraad vers blijft.
Kan het wat harder?!
Harders zijn typische zoute zomervissen. Je ziet ze in dit jaargetijde in vrijwel alle ‘zoute’ (jacht)havens. Daar komen ze naar toe om algen van stenen en scheepswanden te grazen. Nu zijn zachte algen en wieren zijn niet echt geschikt als aas, maar gelukkig kun je harders ook aan brood vangen. Heel simpel en erg leuk om te doen!
Neem een (lichte) karperhengel, 20/00 tot 25/00 nylon, een klein karperpennetje of vlokdobbertje en zet het lood op circa 40 centimeter van de haak. Een flinke haak wel te verstaan: een klauwhaak nummer 8 of 10 kan gerust. Deze leg je plat op een grote broodvlok en daarover trek je een baitband. Dit is een soort mini-elastiekje dat ook bij het karpervissen wordt gebruikt. Door het elastiekje zit de haak nu vast aan de buitenkant van de broodvlok, zo mis je minder beten dan wanneer je de haak in de broodvlok verstopt.
Omdat de harder op zoek naar voedsel de walkant afgraast, hoef je niet diep te vissen: één tot anderhalve meter diep is meestal voldoende. Na het inwerpen van je dobber, gooi je daar vlakbij meteen een balletje lokvoer. Dit kan gewoon natgemaakt brood of broodmeel vermengd met wat vismeel zijn. Daar zijn harders gek op. Gooi regelmatig wat balletjes voer bij de dobber en je vangt op zeker. Wel de slip van je molen goed afstellen en vooral je schepnet niet vergeten. Want harders zijn groot, beresterk en superwild!
[ terug... ]

Maak vrienden
-
Wil je vrienden worden met stekkie?
Voeg toe als vriend...
Leden
- Eigenaar: StekkieVragen MedeEigenaar: wil jij medeEigenaar worden stuur een email of zeg het op stekkie.nl je moet wel een redelijk goeie visser zijn die grote vissen heeft gevangen en er foto's van heeft en aan mij laten zien